De familie van Freek moet weg

Tags

, , , , , ,

Lang hielden we het uit met elkaar, ik liet jou leven en jij viel mij niet lastig. We leefden naast elkaar en ik had je zelfs een naam gegeven. Freek, zo noemde ik je altijd, ook al vond mijn vriendin het geen goed idee om je bij je naam te noemen. Alles ging goed, maar na een week weg te zijn geweest, heb je blijkbaar voor het oorlogspad gekozen. Het begon vanmiddag, toen ik na een vroege dienst vredig de bank had opgezocht en een welverdiend dutje wilde doen. Ik werd wakker van gekriebel op mijn hand en toen ik opkeek, zoefde je voorbij. Ik schrok mij rot, sprong van de bank af en ging naar je op zoek.

Мышь_2

Toen ik een kussen optilde, rende je de andere kant van de bank op. Aangezien ik toch wakker was, besloot ik iets anders te gaan doen. Toch knaagde het dat jij onze lieve vrede overtrad door mij wakker te maken, maar dat wilde ik nog wel door de vingers zien. Maar lang duurde je stilte niet: na een paar minuten vond je een open zakje met Oreo’s op de bank. Dat was daar blijkbaar blijven liggen na gisteravond.

Ik sprong op, griste het zakje Oreo’s weg en zag je weer vluchten. Weer onder een stel kussens. Een voor een smeet ik de kussens van de bank. Pas bij de laatste vond ik je. Nou ja, je, ik vond jullie. Want je bleek niet alleen, nee, je had een vriendje bij je. Muisstil – toepasselijk – zaten jullie in het hoekje van de bank. Jullie bewogen je niet, in de hoop dat ik jullie niet zou zien. En stiekem wist ik ook dat je Freek niet was. Freek was namelijk groter, jij was pas een paar weken oud. En je vriendje ook. Maar daarmee was het klaar, dit was nog altijd een mensenhuis, geen muizenhuis. En hoezeer ik ook op je gesteld was geraakt, ik had geen zin om jou en je familie te laten winnen.

Muizen

Dus deed ik wat ieder mens zou doen: ik ging langs Kruidvat en Blokker om een heel arsenaal aan wapens tegen jou te vinden. Het zou hard tegen hard worden: jij stoort mij, ik maak je kapot. Mano e ratón, man tegen muis. Het is niet de eerste keer dat ik ooit tegen een muis vecht, maar deze keer win ik. Dus niet zoals in mijn studentenhuis in Tilburg, waar de muizen vrij spel hebben en waar ’s nachts meer door die diertjes gefeest werd dan door ons. En dat wil wat zeggen. Nee, nu word ik de baas.

Dus pakte ik een paar stukjes kaas en haalde die door de speciaal voor Freek en zijn vriendjes gekochte pindakaas. Voorzichtig spande ik de eerste muizenval, legde de kaas erop en plaatste hem naast het fornuis. De tweede was wat strakker, maar ook die kon ik goed spannen en plaatste ik achter de bank. Twee plekken waar ik Freek ooit gespot had en de bank waar de jonge muisjes vandaag aan het huishouden waren. De derde muizenval was tricky. De veer was zo strak, dat hij tot twee keer toe terugklapte. Maar de derde maal was fataal, mijn duim zat er nog tussen. Vloekend van de pijn, smeet ik de derde muizenval in de prullenbak. Twee was ook genoeg, vooralsnog. En met wat lokdozen erbij, was mijn huis veranderd in een muizenval.

Nu is het wachten tot de eerste klap. Of nou ja, de tweede. Het resultaat van de eerste klap ben ik nu aan het koelen met een doekje.

Advertisements

Verkeerd soort populisme?

Tags

, , , , , , ,

Terwijl het gejuich in de zaal bij de VVD om het verlies van zo’n 8 zetels nog doorging, en Felix Rottenberg zijn dolk aan het poetsen was om in een willekeurige PvdA rug te steken, werd mijn gemoedstoestand steeds gelatener. Het ‘verkeerd soort populisme’, wat dat dan ook moge wezen, was dan wel overwonnen, maar ik was boos. Een raar soort boosheid, die ik moeilijk kon plaatsen. Dat lag waarschijnlijk aan het tijdstip, ik was namelijk boos om kwart voor twee ’s nachts.

Wilders.jpg

Maar om acht uur ’s ochtends was ik nog altijd boos en dat werd alleen maar erger toen ik een stuk las op de Limburgse nieuwssite 1Limburg.nl. In dertien van de een-en-dertig Limburgse gemeentes was de PVV de grootste partij geworden. De PVV van Geert Wilders, die gewonnen had, vijf zetels in totaal. Niet verloren, zoals overal gezegd werd, maar gewonnen. Dat ze niet de grootste zijn geworden, is een pyrrusoverwinning. Regeren gaan ze toch niet, dat lijkt me duidelijk. Iedereen heeft Wilders uitgesloten, dus elke overwinning zorgt voor een groter PVV-blok in de oppositie.

Maar nu snapte ik waarom ik boos was. ’s Nachts druppelden al langzaam de uitslagen binnen van een aantal Limburgse gemeenten: Kerkrade, Heerlen, Maastricht. De PVV was er het grootst. De partij van Wilders, die in de campagne nauwelijks te zien was en die van alle kanten aangevallen werd, stond stoïcijns bovenaan in de streek waar ik zelf vandaan kom. Wilders liet zich één dag zien in het zuiden, in Heerlen en in Valkenburg, maar toch kreeg hij de meeste stemmen. Of ja, zien, als je door de hordes aan beveiligers heen kon kijken zag je misschien een glimp van zijn steeds grijzer wordende haar.

Maar voor de Limburgers was het genoeg. Hij staat namelijk voor alles waar zij behoefte aan hebben. Zo wordt het mij in ieder geval al jaren uitgelegd. Hij zegt waar het op staat en durft te zeggen wat anderen niet zeggen. Nu nemen anderen zijn populisme steeds meer over en dat moeten we dan scharen onder een ‘goed soort populisme’. Maar daar gaat het niet eens om, Wilders is in Limburg ‘ene van os,’ de Limburgers zien in hem nog een echte Limburger. Dat hij al sinds 1991 door de gangen van de Tweede Kamer loopt, doet er niet toe.

Want ook al staat het niet op zijn verkiezings-A4tje, zijn grote zuidelijke achterban vertrouwt erop dat Wilders de boel opschudt in Den Haag. Eerlijk is eerlijk, de enige keer dat je van een wildvreemde in het centrum van Heerlen een roos krijgt, is als er verkiezingen in aantocht zijn. Mensen prikken daar doorheen. Alexander Pechtold was waarschijnlijk nog nooit in Sittard-Geleen geweest vóór deze verkiezingen en Jesse Klaver wist niet dat er onder Brabant ook nog een stukje Nederland zat.

In Limburg is de crisis namelijk nog niet voorbij. Daar zoeken nog altijd duizenden mensen naar banen. Mijn hoger-opgeleide moeder is al twee jaar tevergeefs op zoek naar vast werk, wat er niet is. En zo zitten er veel meer 50-plussers al jaren thuis. En daarmee groeit ook de haat richting ‘buitenlanders’, want in hun ogen pikken die de banen in. Banen waar ze zelf voor overgekwalificeerd zijn, maar die nuance raakt zoek als je maandelijks je best moet doen om brood op de plank te krijgen. En al die politici in Den Haag schreeuwen maar dat het zo goed gaat, en protesteren kun je niet, omdat een kaartje voor de trein naar de Hofstad te duur is. Dan is een blonde populist die je in het Limburgs aanspreekt en die oprecht luistert naar je probleem ineens geen alternatief meer, maar een bewuste keuze.

Natuurlijk is er ook vreemdelingenhaat die ten grondslag ligt aan het grote electoraat van Wilders in Limburg, maar ik denk dat er dit keer in Limburg ook veel mensen voor de PVV gegaan zijn, omdat ze de verhalen van de VVD, CDA, D66 en GroenLinks niet geloven. Want het gaat helemaal niet beter. Er verdwijnen alleen maar banen. Het zou een medewerker van NedCar een rotzorg zijn of de belasting op lease-wagens omhoog of omlaag gaat. Het interesseert de gemiddelde vuilnisophalen van de RD4 helemaal niks of er bindende referenda moeten komen. Die wil gewoon dat zijn werk niet overgenomen wordt en die wil geen moskee naast zijn deur. En zolang in Den Haag niet stilgestaan wordt bij die gevoelens, blijven die 20 zetels van de PVV alleen maar groeien.

Pestkoppen

Tags

, , , ,

Dat ik persoonlijk geraakt wordt door een nieuwsverhaal, overkomt mij zelden. Als journalist zie en hoor ik dagelijks de gruwelijkste dingen voorbij komen en steeds sneller glijdt het van me af. De aanslagen in Brussel, moordpartijen in Aleppo of een filmpje van een soldaat die onthoofd wordt, ik vind het erg, maar ik ben er ergens immuun voor geworden. Het doet mij persoonlijk niks, als ik thuis kom, laat ik mijn werk achter me. Dat moet ook wel als je dagelijks met nieuws bezig bent, anders slaap je nooit meer.

Maar vanmiddag moest ik een paar keer slikken toen ik de telefoon neerlegde. Ik had net een pestcoach gesproken, iemand die dagelijks voor volle klassen staat om te vertellen over zijn ervaringen. De man, een oud-basketballer, werd jarenlang gepest omdat hij erg lang en enorm mager is. Hij had zichzelf de schuld aangepraat van de dood van de 15-jarige Tharukshan uit Heerlen, die afgelopen weekend zelfmoord pleegde. De pestcoach wilde namelijk altijd en overal hulp bieden en was hier te laat geweest. Het wrange was zelfs dat hij vier jaar terug uitgenodigd was door het Grotiuscollege om daar een clinic te geven, maar dat was niet doorgegaan.

Het raakte mij, omdat het mij deed denken aan mijn eigen kindertijd. Meer dan 20 jaar geleden werd ik ook gepest. Ik had een bril en een bloempotkapsel, voor sommige van mijn klasgenootjes reden om mij te treiteren. Maar zoals de oud-basketballer al zei: die treiteraars waren helemaal niet het ergste. De rest van de klas was veel erger. De meelopers, die soms een klein duwtje gaven, de kinderen die je recht in je gezicht uitlachten en de leraren die het allemaal niet serieus namen. Het ergste gevoel wat je kunt hebben is dat je ergens niet geaccepteerd wordt zoals je bent, of dat het zonder jou veel fijner zou zijn. Het werd erger toen de enige vriendjes die ik had, de school verlieten omdat ook zij gepest werden. Gelukkig, omdat ik ook snel van school wisselde, stopte het pesten, maar nog altijd denk ik soms terug aan die tijd en aan die mensen.

Op die andere school veranderde ik. Ik zocht snel de zwakste van de klas op en begon geintjes te maken over die persoon. Van gepeste veranderde ik in een pester, om zo snel mogelijk in de groep van de stoere en leuke jongens opgenomen te worden. Pas toen de meester en mijn moeder mij erop wezen dat ik nu hetzelfde deed als mij overkomen was, had ik door wat ik aan het doen was. Maar ik was wel veranderd. Sindsdien heb ik een enorm grote bek, stel ik me nauwelijks kwetsbaar op en maak ik op elk geschikt en ongeschikt moment de grofste grappen. Of dat is wie ik écht ben of wie ik ben geworden door de pesterijen, weet ik niet. Dat durf ik niet te zeggen.

Het gesprek met de pestcoach raakte mij ook enorm, omdat hij zich elke dag opnieuw kwetsbaar opstelt. Elke dag opnieuw vertelt hij zijn verhaal en zegt hij wat hem overkomen is. Hij confronteert als het ware iedere dag zijn pesters, nu in de vorm van nieuwe pestkoppen die een ander willekeurig slachtoffer hebben. Zelf heb ik nooit de behoefte gehad om mijn demonen te zien. Als ik weet dat één van mijn vroegere pestkoppen ergens is, dan ben ik daar niet. Nog steeds niet, dik twintig jaar nadat ze mij pestten. Het is een zorgvuldig muurtje dat ik in al die tijd opgetrokken heb en waar ik mij veilig voel. Dat ik succesvol ben, in een grote stad in een topappartement woon en een superleuke vriendin heb, weet ik allemaal wel, maar dat doet er op dat moment niet toe. Als ik in mijn ooghoek mijn pesters zie, dan ben ik weer dat kleine jongetje met die NafNaf-bril en dat bloempotkapsel.

Dat pesten zo ver kan gaan dat je na de vakantie niet meer naar school wil en dat je er dan een eind aan maakt, is verschrikkelijk. Dat gevoel heb ik gelukkig nooit gehad. Dat het een levenslange last is, dat kan ik wel beamen. De een praat er elke dag over, de ander stopt het weg. Maar dat het in je ziel snijdt, kan ik je met zekerheid zeggen. Met trillende handen las ik het verhaal over die 15-jarige jongen die er zelf een einde aan maakte. De enige reactie die ik kon geven was mijn eigen verhaal, het verhaal van wat pesten nu met een 31-jarige journalist nog doet. En ik kan oproepen doen en boos zijn, maar een kijkje in mijn ziel is alles wat ik je kan geven. En dat heb ik nooit eerder gedaan.

Zombie-aPokélyps

Het is eindelijk zo ver. Fans van gruwelijke horrorfilms zijn er al jaren op voorbereid, de zombie-apocalyps heeft Nederland bereikt. Fietsend over straat moest ik ze ontwijken. Midden op de weg, over het randje bij de Amstel en midden door de struiken in het Vondelpark, overal lopen ze. In hordes of alleen, maar allemaal met een spierwit gelaat, starend richting de grond. Het enige wat hun staar onderbreekt, is het felle licht van een schermpje. Daarop is een slecht getekende map te zien, waarop hun hele focus gericht is.ash_and_pikachu_pokemon

Niets zien ze meer, obstakels zijn er niet en auto’s moeten zich maar aan hun aanpassen. De hele wereld draait nog maar om één ding, die ene Pikachu vangen die bij de ingang van het Rembrandtpark zit. Of Psyduck die zich verschuilt in het kantoor van de CEO van ABN Amro. Gesloten deuren en bewakers zijn alleen maar uitdagingen op weg naar dat ene doel: Gotta catch ‘em all!

Doden zijn er al gevonden, ziekenhuizen hebben zelfbenoemde trainers gewaarschuwd niet meer onbeschermd operatiekamers in te lopen en de NS heeft alweer een nieuwe reden gevonden om bussen in plaats van treinen in te zetten, maar de rage van deze zomer is niet te stuiten. Nerds die al 21 jaar geen zonlicht meer gezien hebben, zien eindelijk dat de wereld er een stuk anders uit ziet in het maximaal aantal beelden per seconde en dat de temperatuur buiten niet ingesteld kan worden. Kinderen gaan weer samen op pad en komen van hun reet af, terwijl er afgelopen week nog gewaarschuwd werd dat jongeren teveel zaten. Niets van dat sinds Pokémon GO gelanceerd is.

Maar na de Tablet-nek en de Selfie-elleboog, gaat het niet lang duren voor de Pokéball-vinger zijn intrede doet in de medische wereld. Dat urenlang swipen om juist die ene Snorlax in je Pokéball te vangen, gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar om eerlijk te zijn, de kans dat je aangereden wordt door een tram omdat Ratata op de rails ligt, is groter dan dat je je vinger breekt met het gooien van een Pokéball. Of dat je afgetuigd wordt door een groepje bonkige Satudarah’s omdat er een Charmander in hun clublokaal bivakkeert.

Zelf ben ik er nog niet aan begonnen en dat ga ik ook niet doen. Ik heb al genoeg verslavingen en denk dat ik meteen ontslagen wordt als ik op het vrouwentoilet een Ryhorn sta te vangen. Het enige waar ik van baal bij dit spelletje, is dat ik niet vorige week aandelen Nintendo gekocht heb. Want die horde zombies die langzaam de hele wereld overnemen, zorgen ervoor dat in Japan de vlaggen uitgaan. Gouden vlaggen. Misschien sturen ze je wel een dankberichtje, want dankzij die app van hun waarmee jij nu een Pidgey staat te vangen, weten ze toch alles van je.

Zonnige Zondag

Tags

, ,

roubaix

Soms heb je dat met voorbijgangers. Van die mensen die even je leven in komen, die helemaal niet zo bijzonder zijn, maar die meteen je aandacht trekken. Dit was een gezin, op het oog vader, moeder en een zoon. Maar ze waren iets kwijt. Hun tweede zoon. Ze fietsten door de straat waar ik woon en waar ik net met mijn koffertje liep, terug van een flitsbezoek aan Zuid-Limburg.

Ik was vroeg vertrokken, want wilde op de bank Parijs-Roubaix kijken. Dat ik daar minder lang voor geslapen had en met een kleine kater een dikke twee uur in de trein moest zitten, nam ik voor lief. Je bent wielerfan of niet. Maar op dit laatste stukje op weg naar die bank, kwam dit gezin mijn leven binnenfietsen.

Roepend reden ze door mijn straat. Het jongetje dat ze kwijt waren, heette Seth. Het jongetje dat wel nog bij de ouders was, had een plan. Vader moest naar links, moeder naar rechts en hij zou nog even rechtdoor rijden. Het jochie nam zijn taak serieus, hij racete snel vooruit, terwijl hij de naam van zijn broer blijf scanderen.

Bij het pleintje iets verderop bleef hij even staan. Snel keek hij om zich heen, maar zijn broertje zag hij niet. Die kwam namelijk in een slakkentempo van iets verderop in de straat mijn kant op gereden. Hij had de grootste smile op zijn gezicht die ik dit weekend gezien heb. Zijn ouders en zijn, zo te zien, jongere broertje had hij mooi tuk.

Zijn broertje ziet hem nu ook. Die is minder blij met de actie van zijn broer. Hij scheld hem verrot. Zijn woordenschat is voor een jongetje van een jaar of tien imposant te noemen. “Vuile kankerjood,” hoor ik hem zeggen en dat bevestigt mijn gedachten dat het hier om een Joods gezin gaat. Die conclusie had ik getrokken na het zien van de krulletjes van de kinderen en de naam Seth.

De jongste van de twee roept naar zijn ouders, die op de hoek van de straat staan te wachten. De jongetjes rijden langs me. Dan ineens een claxon, piepende banden, een knal, een schreeuw en daarna alleen maar stilte. Ik kijk om. Wat er precies gebeurd is, is niet te zien. Even wil ik teruglopen, maar ik zie al mensen er op af rennen. Ik besluit door te lopen, door naar die bank die op mij wacht.

1022

Tags

, , , , , , , , , ,

Duizend-twee-en-twintig. Zoveel woorden vloeiden er vandaag uit mijn vingers. Eindelijk weer. Woorden die niet over de dagelijkse sleur gaan, of over welke vorm van fraude dan ook. Woorden die gaan over een wereld die ik zelf verzonnen heb, waar dingen gebeuren die nooit gebeurd zijn en waarin karakters leven die in mijn hoofd tot stand gekomen zijn.trump

Maandenlang heb ik er op gewacht, op een dag dat ik weer kon schrijven over iets wat ‘niet echt’ is. Fictie. Zelf verzonnen. Ik heb mezelf tegen moeten houden, want als het aan mij had gelegen, was ik al veel eerder door gegaan met het boek waar ik vandaag 1022 woorden aan toegevoegd heb. Maar eerst moest dat andere verhaal af, dat verhaal wat mij écht overkomen is en wat nu bij de uitgeverij ligt. Fictie en non-fictie door elkaar halen, daar ben ik maar niet aan begonnen. Het zou heel raar zijn als er ineens een draak of een tovenaar in een boek over identiteitsfraude zouden verschijnen. Hou dan nog maar eens vol dat alles wat in dat boek staat mij daadwerkelijk overkomen is.

Maar die drang naar een verzonnen verhaal, werd steeds groter. Dagelijks schrijf ik duizenden woorden over bomaanslagen, vluchtelingen, voetbalwedstrijden, jaarcijfers en politieke uitspraken, maar nooit komen die verhalen vanuit mijn eigen hoofd. Dat is maar goed ook, want als ik dat zou doen, dan zou ik geen werk meer hebben. Maar zonder die creatieve uitlaatklep, voel ik mij soms leeg. Er moet ruimte zijn voor fantasie, maar ik moet die fantasie ook vooral los kunnen laten. En mijn manier om die fantasie los te laten, is door het op papier te zetten.

En in die fantasie, is het nooit zo erg alles non-fictie verhalen die ik dagelijks schrijf. Het nieuws is niet leuk, zeker niet als je weer tientallen doden moet melden na een bomaanslag in Turkije of als je omschrijft waarom Bulgarije geen vluchtelingen op wil vangen, terwijl er elke dag duizenden mensen hun huis in Syrië achter zich laten, omdat het daar niet meer veilig is. De vijanden die ik creëer, hebben een menselijke kant. Die zijn niet goed of kwaad, want zo dacht ik ooit dat de wereld in elkaar zit.

Als ik dan naar de Amerikaanse verkiezingen kijk, dan denk ik vaak dat degene die Donald Trump verzonnen heeft, wel een érg eendimensionaal karakter verzonnen heeft. Dat ik dat beter gekund had. Maar Trump is niet verzonnen, die man staat daar echt en een grote meute mensen loopt achter hem aan. Die man schreeuwt, vloekt en bedreigt en krijgt nog stemmen ook. Maar het alternatief is net zo’n schurk, al lijkt Hillary Clinton poeslief in vergelijking met haar Republikeinse tegenstander. De president uit The Hunger Games lijkt een betere keuze dan deze twee. Of Frank Underwood uit House of Cards.

Wanneer een fictieve wereld of een fictief karakter de beste optie is om naar te vluchten, dan is er iets goed mis met de wereld waar we nu in leven. Dan zijn de non-fictie boeken enger dan thrillers van Stephen King en lig je langer wakker van een documentaire over een gevangene in de VS dan van The Walking Dead. Is dat iets van nu, of is dat van alle tijden? Als je het antwoord weet, ik ben te vinden in mijn eigen, fictieve wereld, waar er tenminste oplossingen zijn voor de problemen. Die ik trouwens ook zelf gecreëerd heb. Dat dan weer wel.

Brief aan Kevin van de Toekomst

Tags

, , , , , ,

Beste Kevin van de toekomst,

2015 is bijna voorbij. Geen slecht jaar, al zeg ik het zelf. Qua werk liep alles soepel en ook in mijn privéleven was het voortvarend. Maar daar hoef ik jou niks over te vertellen, dat weet je allemaal al. Net als dat je weet waarom ik schrijf en wat ik ga schrijven, maar dat neem ik maar even voor lief. Ik moet het nu eenmaal kwijt.
future
Want naast dat alles voortvarend gaat, maak ik mij zorgen. Zorgen over jou, over Kevin van de toekomst. Want hoewel het er allemaal rooskleurig uitziet, weet ik niet hoe lang dat nog duurt. Neem bijvoorbeeld mijn status als freelance journalist. Met alle veranderingen die er aan zitten te komen op het gebied van freelance-werk, weet ik niet hoe het verder gaat. Heb ik volgend jaar nog wel genoeg werk bij mijn opdrachtgevers? Zijn er snel andere opdrachtgevers te vinden, zodat ik toch elke maand weer aan mijn huur kan voldoen? Wat betekent het afschaffen van de VAR-verklaring voor mij? Allemaal vragen die aan het eind van dit jaar door mijn hoofd spoken.

Net als mijn woonsituatie, ik zit nu prima, maar wat als ik verder wil? De huren zijn onbetaalbaar en een hypotheek krijg ik met mijn inkomsten nooit. Misschien voor een bezemkast of een garagebox in de Bijlmer, maar meer zit er niet in. Ik vraag me dus af hoe jij dat opgelost hebt. Net als bijvoorbeeld de situatie met je auto. Die van mij zul je vast niet meer hebben, dat ding is nu al zo goed als op. Of hoe het afgelopen is met die jongen die er met onze identiteit vandoor gegaan is. Hebben ze hem nog eens gevonden, is die zaak tegen hem ook echt van de grond gekomen?

Maar ik maak mij niet alleen zorgen over persoonlijke dingen. Ergens is de terroristische dreiging van 2015 iets waarvan ik verwacht dat dat de komende jaren alleen maar meer gaat worden. Als je mij zou kunnen zeggen wanneer en waar die aanslag in Nederland plaats gaat vinden, dan beloof ik dat ik daar weg blijf. De uitslag van de volgende Tweede Kamerverkiezingen zou ook prettig zijn. Dan weet ik of ik überhaupt nog in Nederland moet blijven, of dat ik een ander land moet omarmen. Goh, er is zo veel dat ik zou willen weten. Ook kleine dingen, zoals vliegende auto’s, hoe zit het daarmee? En de plannen om een kolonie op Mars te stichten, is dat onderhand gelukt?

Het liefst heb ik dat je mij terugschrijft met de woorden: ‘Maak je geen zorgen, het is allemaal goed gekomen.’ Maar terugschrijven, dat doe je voorlopig niet. Want ik moet eerst jou worden. Ik moet het helaas allemaal zelf ondergaan, moet zelf tegen de dingen aanlopen en moet mijzelf uit de problemen helpen als ik er in kom. Het beste wat ik kan hopen, is dat ik over vijf jaar weer achter mijn computer schuif en als antwoord op deze brief de volgende woorden schrijf: ‘Maak je geen zorgen, het is allemaal goed gekomen.’

Groet en tot later,

Kevin

The best Dutch sports summer ever!

It’s going to be the best summer of sports ever for the Dutch. Finally, no distractions from sports that are played by weaker men. It’s time for a summer of real sports, played by real men and women. No boys with Louis Vuitton-scarfs and hats that were stolen from the Amish, but girls with arms bigger than my legs.
oranjelegioen-620x350

I’m, of course, talking about the Dutch hockey girls, who will make me forget about Robin van Persie and Arjen Robben in only one second. The girls who made all the British guys who went to the stadium in 2012 in London instantly fall in love with them. And they’re not only pretty, they can hit a ball with a stick. And that’s a quality you should not underestimate.

Yes, I know, the Dutch hockey guys are good too, but they’re not really the focus of this piece. Yeah, it would be nice if they’d bring home a gold medal too from Rio, but it’s not that important. We’ll have enough to celebrate without them. Think about Tom Dumoulin for cycling, Epke Zonderland for gymnastics and golden girl Dafne Schippers for the sprints. She’s running faster than a lion that’s being hunted by a dentist and that’s incredible.

But we’re not only going to win all the important medals at the Olympics, we’re also on our way to dominate other sports. This one shouldn’t come as a shock, but we’re also pretty good on a bike. With 30 million bicycles on 17 million people, it’s just math that someone will win something big next year. Like before-mentioned Tom Dumoulin, who already showed some class this year, but who will show a lot more next year. And we’ve got a lot more talents to show that the Netherlands is the leading cycling country in the world.

So you see, we will survive a summer without football. Wait, without men running around with a ball. Our women football team can still go to the Olympics. With the hype going on with women football, we thought it would be nice to support that team for once. So the men did them a favour, you could say. They decided to drop out of the Euro Championship to help the girls gather interest. It was probably all just an elaborate plan for us to showcase the different sports that we also rock at. Maybe that’s it, there’s no other explanation for this. Daley Blind, Wesley Sneijder and Memphis Depay just wanted to see all the other great Dutch sportstars stand in the spotlight for once.

When you look at it this way, we should all thank them for missing the EC. And the rest of Europe too. When else would Island, Albania and Hungary get their chance to shine on the biggest stage of this continent? But don’t think you won’t see the colour Orange this year. You will see us in France during the Tour, in Italy during the Giro and of course in Brazil during the Olympics. And probably at all the other small sports events too. Because we’re Dutch and we will support anything, anywhere.

Sieb

Tags

, ,

Wachtend op twee vrouwen in een leeg café aan de Van Baerlestraat, denk ik terug aan een van de eerste keren dat ik Amsterdam bezocht. Dat was in de tijd dat er nog rookcoupe’s waren in de trein. Dat weet ik nog, omdat de maat met wie ik was zonodig moest roken op de lange weg vanuit Heerlen. We waren net 18, of nog net niet.
Rodajcstadionmetlogo

Met een bal onder onze arm reisden we af naar het verre noorden. Waarom we een bal bij ons hadden, weet ik nog altijd niet. Maar ach, we namen ook wel eens een bloemkool mee naar vreemde steden, dit viel dus wel mee. In Utrecht al begonnen we te ballen. Eerst op het centraal station, later voor de stadswinkel, waar die vriend van mij zich ging inschrijven. Om een jaar later weer naar Den Haag te vertrekken, maar dat wisten we toen nog niet.

Daarna door met de trein naar Amsterdam, want we waren toch al in het hoge noorden. Op de Dam deden een paar Marokkanen mee met voetballen, maar dat verveelde al snel. We gingen snel richting de Wallen, die toen nog gewoon vol met hoeren stonden en nog niet vervuild waren met hippe boetiekjes. En ja hoor, waar anders dan op de Wallen kom je Limburgse maten tegen? Tom en Sieb waren het, die toevallig net als wij op die dag door Amsterdam wandelden.

En nu is die laatste dood. Rob Siebers, net als ik nog maar dertig jaar oud. Twee weken geleden ineens vage klachten, afgelopen week overleden. Uit het niets. Zo ben je gezond, zo ben je er niet meer. Ik kan me nog ellenlange verhalen herinneren die ik hem vertelde, en dan dezelfde tijd die ik besteedde om dat in zijn juiste oor te vertellen, omdat hij aan een kant doof was. Misschien wel in hetzelfde jaar als dat ik een balletje met hem trapte terwijl drie verveelde Slowaakse hoeren stonden te kijken op de Wallen, beleefde ik een legendarische wedstrijd met hem in Arnhem.

Roda JC speelde de halve finale van de KNVB-beker tegen Vitesse en won door een goal van Davy Zafarin uit in Arnhem. Met de trein was ik daar gekomen, maar doordat die goal pas in de verlenging viel, was de laatste trein richting het uiterste zuiden van het land al vertrokken. Er zat dus niets anders op dan de bus terug te pakken. Omdat ik en een vriend verstekelingen waren, was er geen plaats. Maar Sieb was één van de gasten die al langer met de bus ging en die verzekerde de kale koppen en gasten met tattoo’s dat de twee knaapjes – gehuld in polo – oké waren. De terugreis was één groot feest.

Soms heb je van die mensen waar je zeker een jaar niet aan kan denken. Rob Siebers was voor mij zo iemand. Maar toch was hij elke keer weer even leuk, even vriendelijk en even geïnteresseerd als altijd. Hij was oprecht een supermooie vent, een kerel waarop je kon bouwen. De laatste keer dat ik hem zag, was waarschijnlijk meer dan een jaar geleden. De laatste keer dat ik mij kan herinneren was bij de eerste wedstrijd van Roda JC in de Jupiler League. Ik heb hem toen nog een biertje gegeven, hij was zijn pinpas vergeten. Ik zou nog altijd een biertje terug krijgen. Laat maar zitten, Sieb. Het is goed zo.

Een gele, rode en roze droom – Tom Dumoulin

Tags

, , , , , ,

Ik was al fan van Tom Dumoulin toen hij uitgeloot werd voor de studie geneeskunde in Maastricht. Maar nu zal er vast iemand zijn die zegt Dumoulin’s fietstalent al herkend te hebben toen hij nog niet eens een wielrenfiets van dichtbij gezien had. Zo werkt het nou eenmaal bij talenten, iedereen claimt het ontdekt te hebben en gezien te hebben.

2015, presentazione squadre Tour Down Under 2015, Giant - Alpecin 2015, Dumoulin Tom, Adelaide


Toen ik Dumoulin twee jaar geleden voor L1 interviewde, had ik geen idee. Dat zeg ik eerlijk. Hij reed een aantal opvallende wedstrijden, maar wist nog niet of hij bij de Tourselectie zou zitten en een derde plek op het NK Tijdrijden werd een stunt genoemd. Door ondergetekende, dat wel. Dat hij de wattages van Tony Martin niet eens zo sterk vond, leek meer op grootspraak dan iets anders.

Nu, twee jaar later, weten we zeker dat het geen grootspraak was. Hij kan die wattages aan en gaat graag de strijd aan met de tachtigvoudig wereldkampioen tijdrijden. Dat hij die titel ooit overneemt, staat vast. Of dat dit jaar al is, valt te bezien. Die monsterlijke Vuelta die hij net achter de rug heeft, kan hem niet in de koude kleren zijn gaan zitten.

Dumoulin was dit jaar de man van de hypes. Eerst in opmaat naar 4 juli. De dag dat heel Nederland van Tom verwachtte dat hij wel eventjes de gele trui zou pakken. Helaas, de druk was te hoog of de tegenstand was te goed, maar het lukte hem niet. Toen kon hij even later weer het geel pakken, hij moest alleen even de vierde etappe overleven. Ook dat lukte niet, met een grote smak kwam er een einde aan zijn gele droom.

Einde seizoen, einde hype, zou je denken. Maar als voorbereiding op het WK, ging hij nog even de Vuelta kijken. Dat is die wedstrijd die de NOS niet interessant genoeg vindt om uit te zenden en waar ik elk jaar voor naar de Belg schakel (net als bij alle andere wedstrijden overigens, maar dat terzijde). Daar liet Tom zien dat niet Robert Gesink, Wilco Kelderman of Bauke Mollema, maar de nuchtere Maastrichtenaar het grootste wielertalent van Nederland is. Man, hoe hij met die grote molen in het spoor bleef van Fabio Aru en al die andere groten was mythisch.

Jammer dat voor hem de Vuelta één dag te lang duurde en de rode droom uiteen spatte, zoals de Tour voor Nairo Quintana één dag te kort was. Van mij hadden ze die twee dagen tegenover elkaar mogen uitwisselen. Maar zo werkt het nou eenmaal niet. Net als dat vele wielerwetten dit jaar niet golden. Gent-Wevelgem bood namelijk spektakel, terwijl dat normaal een saaie wedstrijd is. John Degenkolb won Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix, en dat kan eigenlijk helemaal niet. De wereldkampioen won een klassieker, ook dat strookt niet met de normale werkelijkheid. Het enige dat wel klopte, is dat de Giro en de Vuelta weer eens een stuk spannender waren dan de Tour.

En Dumoulin is één van de redenen dat de Vuelta zoveel leuker was. Ik hoop dat de NOS en alle Nederlandse media dat ook gezien hebben en dat ze volgend jaar er gewoon bij zijn. Zoals het hoort. Maar eerst de Giro, in mei. Want als je goed naar het aantal tijdritten in die koers kijkt, dan kan het niet anders dan dat Tom Dumoulin nu een roze droom heeft.