Tags

, , , , , , ,

Net toen Gio Lippens in mijn oor riep dat Lars Boom en Sep Vanmarcke op jacht waren naar de koplopers, kwamen ze tegenover me zitten. De twee meiden waren begin twintig, misschien zelfs dat nog niet. Wel wekten ze mijn aandacht. Dat was apart, want tot toen was ik alleen maar met het verslag van Radio 1 in mijn oor bezig. Snel keek ik naar buiten. Eindhoven zei het bord. Aan de vele zakken die de meiden bij zich droegen, was af te lezen dat ze flink gewinkeld hadden. Bershka, Primark, H&M.
beha

Ze waren al flink in gesprek toen ze binnenkwamen en kwebbelden vrolijk door toen ze hun jas uitgedaan hadden en naast elkaar waren gaan zitten. Snel zette ik zo onopvallend mogelijk het geluid van mijn telefoon zachter. De etappe was spannend, dus helemaal afzetten wilde ik de radio niet. Toch vond ik het gesprek tegenover mij interessanter. Het ging namelijk over beha’s.

Om niet al te veel als een perverseling over te komen, staarde ik door het raam naar buiten. Elk oogcontact met de dames probeerde ik te vermijden. Zij dachten vast dat mijn muziek hard genoeg stond om hun gesprek niet mee te krijgen, want het onderwerp veranderde niet. Terwijl Lippens riep dat Boom en Vanmarcke weer ingelopen waren door een achtervolgende groep, vertelde de blonde meid over haar beha, die vaak te strak zat. Via de spiegeling van de ruit nam ik haar in mij op. Ze was knap. Niet superknap, maar leuk genoeg om naar te kijken. Haar borsten mochten er wezen en haar truitje liet inderdaad zien dat haar beha iets te strak zat. Dat zag je aan de lijntjes die door haar shirt goed te zien waren.

De brunette naast haar knikte. Zij kende het probleem. Een paar beha’s van haar waren ook erg strak. Om haar woorden kracht bij te zetten, stak ze haar borstpartij naar voren. Zij was iets minder knap dan haar buurvrouw, maar ze was wel beter gebouwd. Althans, dat dacht ik, want haar shirt was nogal wijd. Toch was op het moment dat ze haar borsten naar voren stak, goed te zien dat ze daar in ieder geval niet over mocht klagen.

Ondertussen werd de kopgroep ingelopen. In de voorste groep zaten nu nog twee Nederlanders. Lieuwe Westra en Lars Boom. De etappe was waanzinnig, de kasseien op het parcours van Parijs-Roubaix maakte de wedstrijd tot een ware veldslag. Hunkemöller maakte de beste beha’s, zei de brunette. Dat kon ik eigenlijk alleen maar beamen. Het waren ook de mooiste. Al moest ik toegeven dat ik nog nooit een vrouw in een Victoria’s Secret-beha gezien had. Wellicht dat mijn mening dan bijgesteld moest worden. De blonde meid legde de vergelijking met het volgens haar goedkope spul van de H&M.

Toen deed ze iets, waardoor ik toch even mijn concentratie verloor. Ze duwde haar borsten bij elkaar, om aan haar vriendin te laten zien wat haar beste Hunkemöller beha voor elkaar kreeg. Mijn ogen gleden van het raam direct naar de meid tegenover mij. Gelukkig waren de jonge vrouwen zo diep met elkaar in gesprek, dat ze mijn klotsende ogen niet opmerkten. Snel draaide ik me weer naar het spiegelende raam. Hier kon ik ook alles goed zien. Fabian Cancellara was er afgereden, zei Gio Lippens. Dat interesseerde mij op dat moment heel weinig.

Toch bleef ik luisteren. De voorste groep werd steeds kleiner. Lars Boom bleef nog wel voorop, maar Lieuwe Westra moest de strijd staken. Leeg gereden, op. Gevangen door de kasseien, die eerder op de dag al oud-winnaar Chris Froome tot wanhoop dreven. Huidkleurige beha’s waren niet de oplossing, hoorde ik tussendoor. Een deel van het gesprek had ik gemist, dus hoe die conclusie tot stand kwam, wist ik helaas niet. De blonde knikte heftig. Ze was het wel eens met die strekking. Langzaam begon ze te fantaseren over beha’s, met alleen het voorste deel. Op wonderbaarlijke wijze moest dat dan blijven zitten.

Bij de brunette zou dat niet kunnen, zo zei ze zelf. Haar borsten waren daar veel te zwaar en te groot voor. De blonde meid deed wat ik hoopte dat ze zou doen. De volgende secondes leken wel in slow motion te gaan. Alsof ik naar de openingsscène van Baywatch zat te kijken. In mijn gedachten zag ik Pamela Anderson in haar rode badpak en met haar waggelende borsten over het strand rennen, maar dit was echt, dit was niet in scene gezet. De blonde legde haar hand onder de borsten van de brunette en duwde haar arm omhoog. “Die zijn inderdaad zwaar!” Zei ze nogal hard. Het meisje met de bruine haren giechelde. Lars Boom ontsnapte uit de kopgroep van drie. Gele truidrager Vincenzo Nibali liet hem gaan.

Boom moest nog zes kilometer in zijn eentje naar de finish. Mijn bloed begon te kolken. Mijn oren kregen de spanning niet meer geregeld. Aan de ene kant ging een Nederlander eindelijk weer een etappe winnen, aan de andere kant waren twee meiden een gesprek aan het voeren waar ik van genoot. Het had iets voyeuristisch, iets vies. Het was alsof je bij de buurvrouw door de lamellen aan het kijken was. Het gesprek ging gewoon door. Ze waren aangekomen bij plakkertjes op de borsten, om een jurk vast te houden. Dat hadden ze wel eens op een gala gezien.

De blonde liep in een mooie, zwarte jurk over een rode loper. Het decolleté was dieper dan de Atlantische oceaan, maar toch bleef hij goed op zijn plek. Gio Lippens hield het niet meer. Was dat door die jurk? Nee, natuurlijk niet, Lars Boom was de etappe aan het winnen. Maar het beeld van de blondine in de jurk bleef mij bezig houden. Hoe bleef die jurk zo mooi zitten? Naast haar kwam de brunette staan. Ze droeg een mooie beige jurk, ook al met een diep decolleté. Nu ze haar haar zo mooi krullend droeg, zag ze er meteen een stuk mooier uit.

Negen jaar geleden was het, schreeuwde Lippens. Precies negen jaar, negen juli 2005, negen juli 2014. Ik wilde juichen, maar deed het niet. In een trein was dat raar. Net zo raar als aan andermans borsten zitten. De trein stopte, Roermond. De twee meiden tegenover me kakelden nog even door, maar stonden ineens snel op toen het treinstation omgeroepen werd. Zo snel als ze mijn leven binnengewandeld waren, verdwenen ze ook weer. Lars Boom kwam inmiddels uitgeput over de streep, tegen de verslaggever van de NOS kon hij nog geen woord uitbrengen.

Daar liepen ze, niet in een jurk met een diepe inkijk, maar allebei in doodnormale jeans. Ook de rode loper was weg, ze liepen gewoon over de stenen naar de trap richting de bus. Misschien had ik de brunette moeten zeggen dat ze haar haar moest krullen. Dat zou haar echt beter staan. Langzaam wendde ik mijn blik af. In de bank aan de andere kant van het gangpad zat een man. Vijftig gaf ik hem, kalend, met een grijze jas en een bruine broek. Hij lachte naar me.

“Lars Boom heeft gewonnen,” zei ik terwijl ik het linkeroortje uit mijn oor haalde.
“Nou en?” Zei de man en hij lachte richting de inmiddels lege bank tegenover mij. Daarna stak hij zijn duim op. Snel keek ik weg. Wat een viezerik.

Advertisements