Met mijn tas tjokvol Jodiumpillen ben ik gisteren afgereisd van Amsterdam naar het diepe zuiden. Niet met mijn dienstauto met chauffeur, maar omdat het een privé-afspraak is, ben ik met de trein gegaan. Elke keer als ik in de trein zit, bedenk ik me weer dat het een ideaal vervoersmiddel is. Je hoeft zelf niet te rijden, je kunt naar je eigen muziek luisteren en je hebt een prima uitzicht. Alle ingrediënten voor een mooie reis, het enige dat mij echt tegen staat in de trein, is dat er ook andere mensen gebruik van maken.
trein

En het lijkt wel alsof op zaterdag alle idioten in de trein stappen. Begrijp me niet verkeerd, idioten zijn vaak hele leuke mensen, maar als ze bij je in de trein zitten, word je er helemaal gek van. Zo had ik tegenover mij een stel, ik schat dat ze ergens in de veertig waren. Hij was Amsterdammer, zij een ras-Heerlenaar. Dat hoor je aan het accent. Niks mis met een accent, volgens mijn baas is dat van mij ook nog te aanwezig, maar dit was zo’n vrouw waarvoor je wegzapt bij Lingo.

De arme man moest de hele reis aanhoren hoe geweldig zij wel niet was en dat alle andere mensen in de wereld tegen haar waren. Een heerlijk Calimero-complex. Gelukkig had de man nog een fles wijn, om zijn gedachten te verzetten. Het was geen fles van 127 euro die populair zijn op VVD-feestjes, maar het huismerk van de Appie. Ook prima weg te drinken als je vriendin of scharrel je aan je kop ligt te zeuren.

Vanaf Sittard besloot hij dat hij genoeg gezeur had gehoord en begon hij haar ineens uitbundig te zoenen. Daarbij vergat hij dat er nog iemand tegenover hem zat, want zijn schoenen raakten meermaals mijn benen aan. Het kuchen van mij hielp niet. Ze waren verwikkeld in een soort klefheid die je normaal alleen maar ziet als Mark Rutte zijn kabinet probeert te lijmen, ook al zitten er meer scheuren in dan in een gemiddelde Belgische kerncentrale.

Ik probeerde mijn blik af te wenden, maar dat lukte niet. Je kunt het misschien het best vergelijken met een horrorfilm. Je wilt niet kijken, maar door de gruwelijkheid van wat je voor je ziet, ben je toch geboeid. Ik wilde aan andere dingen denken, locaties in Breda waar Paul Depla zijn wietplantage kan starten of pro-Russische rebellen waarmee Aart Zeeman ‘ Wat neet is…’  kan repeteren, maar het lukte niet. Net als bij nieuws over Jos van Rey, wilde ik meer en smulde ik van de absolute waanzin van dit schouwspel.

Jos van Rey is overigens afgebeeld als koning in het kaartspel van Christian Petermann. Ik had zelf gekozen voor een joker, is veel toepasselijker. En hoe leuk ik het idee van Petermann ook vind, ik zal nooit gaan pokeren met die kaarten. Als je de Van Rey-kaart trekt, wordt je meteen beschouwd als fraudeur en valsspeler en voor je het weet zijn er  tig  krantenartikelen door Theo Sniekers, Hans Goosen of Joep Dohmen over je geschreven. Nee, doe mij dan maar een ‘mens erger je niet’-spel met PvdA’ ers, die snappen tenminste hoe je elkaar pootje licht en koste wat kost hoog moet eindigen.

Maar terug naar die trein. Ook al zeurde zij veel en had ik geen idee wat de Amsterdammer in die Heerlense zag, ze leken wel gelukkig. De hele trein mocht daar van meegenieten, maar dat interesseerde de twee tortelduifjes blijkbaar niets. En toen ik de trein uitstapte, had ik ook een voldaan gevoel, het schouwspel had ik overleefd en de zon scheen op mijn steeds kaler wordende bolletje. En nu probeer ik al sinds die rit niet meer aan het koppel te denken, ik wil niet weten wat er zich na die rit afgespeeld heeft en ik hoef niet te zien hoe de man in haar roze badjas aan het ontbijt zit. Maar ik wil het weten, net als dat ik alles wil weten over Jos van Rey, Onno Hoes, Mark Verheijen en al die andere politici die foute dingen doen. Misschien krijg ik dadelijk wel een mooi vervolg, in de trein terug naar Amsterdam.

Advertisements