Tags

, ,

Wachtend op twee vrouwen in een leeg café aan de Van Baerlestraat, denk ik terug aan een van de eerste keren dat ik Amsterdam bezocht. Dat was in de tijd dat er nog rookcoupe’s waren in de trein. Dat weet ik nog, omdat de maat met wie ik was zonodig moest roken op de lange weg vanuit Heerlen. We waren net 18, of nog net niet.
Rodajcstadionmetlogo

Met een bal onder onze arm reisden we af naar het verre noorden. Waarom we een bal bij ons hadden, weet ik nog altijd niet. Maar ach, we namen ook wel eens een bloemkool mee naar vreemde steden, dit viel dus wel mee. In Utrecht al begonnen we te ballen. Eerst op het centraal station, later voor de stadswinkel, waar die vriend van mij zich ging inschrijven. Om een jaar later weer naar Den Haag te vertrekken, maar dat wisten we toen nog niet.

Daarna door met de trein naar Amsterdam, want we waren toch al in het hoge noorden. Op de Dam deden een paar Marokkanen mee met voetballen, maar dat verveelde al snel. We gingen snel richting de Wallen, die toen nog gewoon vol met hoeren stonden en nog niet vervuild waren met hippe boetiekjes. En ja hoor, waar anders dan op de Wallen kom je Limburgse maten tegen? Tom en Sieb waren het, die toevallig net als wij op die dag door Amsterdam wandelden.

En nu is die laatste dood. Rob Siebers, net als ik nog maar dertig jaar oud. Twee weken geleden ineens vage klachten, afgelopen week overleden. Uit het niets. Zo ben je gezond, zo ben je er niet meer. Ik kan me nog ellenlange verhalen herinneren die ik hem vertelde, en dan dezelfde tijd die ik besteedde om dat in zijn juiste oor te vertellen, omdat hij aan een kant doof was. Misschien wel in hetzelfde jaar als dat ik een balletje met hem trapte terwijl drie verveelde Slowaakse hoeren stonden te kijken op de Wallen, beleefde ik een legendarische wedstrijd met hem in Arnhem.

Roda JC speelde de halve finale van de KNVB-beker tegen Vitesse en won door een goal van Davy Zafarin uit in Arnhem. Met de trein was ik daar gekomen, maar doordat die goal pas in de verlenging viel, was de laatste trein richting het uiterste zuiden van het land al vertrokken. Er zat dus niets anders op dan de bus terug te pakken. Omdat ik en een vriend verstekelingen waren, was er geen plaats. Maar Sieb was één van de gasten die al langer met de bus ging en die verzekerde de kale koppen en gasten met tattoo’s dat de twee knaapjes – gehuld in polo – oké waren. De terugreis was één groot feest.

Soms heb je van die mensen waar je zeker een jaar niet aan kan denken. Rob Siebers was voor mij zo iemand. Maar toch was hij elke keer weer even leuk, even vriendelijk en even geïnteresseerd als altijd. Hij was oprecht een supermooie vent, een kerel waarop je kon bouwen. De laatste keer dat ik hem zag, was waarschijnlijk meer dan een jaar geleden. De laatste keer dat ik mij kan herinneren was bij de eerste wedstrijd van Roda JC in de Jupiler League. Ik heb hem toen nog een biertje gegeven, hij was zijn pinpas vergeten. Ik zou nog altijd een biertje terug krijgen. Laat maar zitten, Sieb. Het is goed zo.

Advertisements